Wanneer inschakelen?

 

Een intern onderzoek door De Bont Onderzoeken (DBO) kan strategische meerwaarde hebben in een breed scala van situaties. Onderstaande opsomming is dientengevolge niet volledig, maar wel kenmerkend voor de situaties waarin een intern onderzoek toegevoegde waarde kan hebben en in welke gevallen DBO kan worden ingeschakeld.

1.    Uw onderneming en personeelsleden worden verdacht van financiële delicten. Aangezien data tegenwoordig veelal beschikbaar blijft, kan tezamen met DBO een feiten-analyse worden gemaakt tegen het licht van de meest voor de hand liggende delicten. Op basis daarvan kan dan een strategie worden bepaald en weloverwogen een positie jegens de betrokken autoriteiten worden ingenomen;

2.    Een verdenking jegens een accountant of fiscalist kan er in resulteren dat toezichthouders verordonneren dat alle dossiers van de betreffende verdachte medewerker worden onderzocht teneinde vast te stellen of zich in andere dossiers mogelijk eveneens een misslag heeft voorgedaan;

3.    Een persoon (die zich als klokkenluider meldt) komt bij het bestuur of de Raad van Commissarissen met een concreet signaal dat er misstanden plaatsvinden waarbij de onderneming betrokken is. Ook dan geldt dat de feiten zo snel en accuraat mogelijk dienen te worden vastgesteld, opdat het signaal op (on)waarde kan worden geschat; 

4.    Uw onderneming ontvangt van de FIOD een bevel uitlevering stukken. Voorts wordt verlangd dat een aantal personeelsleden een getuigenverklaring aflegt. Ofschoon er geen verdenking is tegen onderneming en personeelsleden kan DBO middels een analyse van de situatie helderheid geven over de mogelijke risico's die het lopende onderzoek met zich meebrengt;

5.    De Belastingdienst kondigt aan een controle te willen doen. De controlemethodiek (waarbij bijvoorbeeld bij aanvang alle e-mails van de afgelopen zeven jaar van het gehele personeel worden verlangd) en/of de betrokken medewerkers van de Belastingdienst (van bijvoorbeeld Trafi, EOS of het CCB) vormen een duidelijke indicatie dat van een reguliere, periodieke controle geen sprake is. In dergelijke situaties kan het zinvol zijn potentiële discussiepunten in kaart te brengen, opdat daarmee de stellingen van de fiscus beter kunnen worden geduid en daarop zelfs kan worden geanticipeerd.

6.    De Belastingdienst deinst er niet voor terug in bepaalde gevallen bijzonder substantiële (miljoenen)boeten op te leggen. In vergelijking tot FIOD-onderzoeken waarbij vele getuigen worden gehoord en inbeslaggenomen data wordt geselecteerd en geanalyseerd, verlaat de belastinginspecteur zich ten aanzien van de feiten veelal op een controlerapport. In die gevallen kan een daadwerkelijk feitenonderzoek door het (alsnog) horen van betrokkenen en het vergaren van een ruimer pallet aan feiten leiden tot conclusies die tegengesteld zijn aan die van de inspecteur.

7.    Aandacht van FIOD, Openbaar Ministerie, De Nederlandsche Bank, de Autoriteit Financiële Markten en de Belastingdienst betekent automatisch eveneens aandacht voor de verplichtingen in de WWFT. Is er sprake van een situatie waarin verscherpt toezicht nodig is? Op welke wijze geeft u daaraan invulling? Is er voldoende bekend waardoor er een verplichting tot melding ontstaat? DBO kan in dergelijke gevallen de compliance officer actief bijstaan om aan de verplichtingen in deze wetgeving gevolg te geven.

8.    Accountants worden in toenemende mate aangesproken op hun plicht vermoedens van fraude te ontdekken in een samenstel- of controledossier van een cliënt. DBO kan in geval van een signaal een klankbordfunctie vervullen om de bekende feiten in het licht van een eventueel fraudepatroon te duiden. Gezamenlijk kunnen de vervolgstappen worden geformuleerd om invulling te geven aan de frauderichtlijn (NV COS 240/250/4410);

9.    Accountantskantoren hebben zich gecommitteerd aan het verbeteren van de kwaliteit van hun controles. In het kader daarvan kunnen tezamen met DBO ad random of gericht dossiers worden geselecteerd teneinde deze te beoordelen op de vraag of daarin voldoende aandacht is besteed aan het achterhalen van fraude dan wel het naleven van de frauderichtlijn.

10.   Cliënten spreken in toenemende mate hun adviseurs en accountants aan als een (fiscaal) advies niet het beoogde resultaat oplevert en de Belastingdienst corrigeert of naheft of navordert. DBO kan u helpen om uw positie ten opzichte van uw cliënt in kaart te brengen zodat u beter beslagen ten ijs komt in een mediation-traject of in een procedure.